De meeste mensen hebben geen idee hoeveel eten ze weggooien — en dat is precies het probleem. Verspilling gaat stilletjes: een beetje brood hier, een vergeten pot daar, een uitgelopen pak groente. Los lijkt het niets, maar opgeteld over een jaar gaat het om veel meer dan je denkt. Je kunt pas minder weggooien als je weet hoeveel je weggooit. In dit artikel staat een simpele manier om je voedselverspilling bij te houden, plus wat de cijfers je leren over waar je het meeste kunt winnen. Fango maakt dat meten bijna vanzelfsprekend.
Met Fango scan je je kassabon en markeer je producten als opgegeten of weggegooid. Zo bouw je vanzelf een beeld op van wat het vaakst misgaat — én krijg je een melding op tijd, zodat er minder in de bak belandt. Geen registratie, al je data blijft standaard op je toestel.
Download in de App Store Ontdek het op Google PlayEen maand gratis · Geen registratie · iOS en Android
- Een gemiddelde Nederlander gooit ~25 kg / ~100 euro per jaar weg.
- Meten is de eerste stap — wat je niet ziet, verbeter je niet.
- Markeer wat je weggooit en waarom; zoek daarna patronen.
- Vaak zijn het dezelfde paar producten die steeds misgaan.
Kort antwoord: een gemiddelde Nederlander gooit ongeveer 25 kilo nog eetbaar voedsel per jaar weg, zo'n 100 euro per persoon — maar jouw eigen cijfer ken je pas als je het een paar weken bijhoudt. Noteer elk product dat je weggooit en de reden erbij, en tel na drie weken op. Bijna altijd blijken een handjevol producten en één of twee redenen het grootste deel te veroorzaken, en daar zit ook je snelste winst.
Hoeveel verspil je waarschijnlijk?
Om je een ankerpunt te geven: het Voedingscentrum schat dat een gemiddelde Nederlander ongeveer 25 kilo nog eetbaar voedsel per jaar weggooit — zo'n 100 euro per persoon. Brood, groente en fruit horen bij de meest weggegooide producten. Voor een huishouden van twee of meer tikt dat snel aan tot honderden euro's per jaar. Wereldwijd gaat volgens de Food Waste Index 2024 van UNEP ongeveer een derde van al het geproduceerde voedsel verloren.
Lukt het onthouden van al die datums nooit? Een app voor houdbaarheidsdatums doet het rechtstreeks vanaf je kassabon.
Maar gemiddelden zeggen weinig over jóuw situatie. Misschien zit je eronder, misschien erboven. Daarom is je eigen cijfer waardevoller dan elk gemiddelde.
De simpele methode: noteren en categoriseren
Je hoeft geen weegschaal bij te houden. Begin met dit, een paar weken lang:
- Noteer wat je weggooit. Elk product dat in de bak of op de composthoop belandt.
- Schrijf de reden erbij. Verlopen, te veel gekookt, vergeten, of niet lekker bevonden.
- Doe het meteen, op het moment dat je weggooit — achteraf onthoud je het niet.
- Tel na een paar weken op. Welke producten en welke redenen komen het vaakst terug?
Na twee à drie weken zie je een patroon. Bijna altijd blijkt dat een paar producten en één of twee redenen het grootste deel veroorzaken. Dáár ligt je winst.
De redenen die het vaakst terugkomen — en wat ze betekenen
Bij het optellen helpt het om de redenen te groeperen. Vrijwel elke aantekening valt in een van deze categorieën, en elke categorie vraagt om een andere oplossing. Het heeft weinig zin om zuiniger in te kopen als je probleem eigenlijk portiegrootte is.
Waarom een app het makkelijker maakt
Met pen en papier houd je het meten zelden lang vol. Een app neemt het zware werk over: je scant je kassabon om producten toe te voegen, en met één tik markeer je later of iets opgegeten of weggegooid is. Het bijhouden gebeurt zo bijna terloops, en het overzicht ontstaat vanzelf.
Het mooie is dat meten en voorkómen samenvallen. Doordat je je voorraad in beeld hebt en op tijd wordt gewaarschuwd, gooi je al minder weg terwijl je meet — de meting verandert het gedrag dat ze meet.
Wat je met de cijfers doet
De cijfers zijn pas waardevol als je ze omzet in actie. Gooi je elke week brood weg, koop dan kleiner of vries de helft in. Bederft groente steeds achterin, dan plan je er eerder een maaltijd omheen. Komt “vergeten” vaak als reden terug, dan helpt een melding op tijd of een product over de datum raakt. Je hoeft niet alles tegelijk aan te pakken — de twee meest voorkomende oorzaken oplossen levert het grootste deel van de winst op.
Neem het cijfer ook mee naar de winkel. Weet je welke producten steeds terugkomen in je verspilling, dan weet je ook waar je minder van moet kopen — en een boodschappenlijst die de koelkast en je kassabonnen leest helpt daarbij: hij stelt voor wat bijna verloopt of weer aan de beurt is, en net gekochte lang houdbare producten niet meteen opnieuw.
Met Fango scan je je kassabon en markeer je producten als opgegeten of weggegooid. Zo bouw je vanzelf een beeld op van wat het vaakst misgaat — én krijg je een melding op tijd, zodat er minder in de bak belandt. Geen registratie, al je data blijft standaard op je toestel.
Download in de App Store Ontdek het op Google PlayEen maand gratis · Geen registratie · iOS en Android
Veelgestelde vragen
Hoeveel eten verspilt een gemiddeld huishouden?
Het Voedingscentrum schat dat een gemiddelde Nederlander zo'n 25 kilo nog eetbaar voedsel per jaar weggooit, goed voor ongeveer 100 euro per persoon. Brood, groente en fruit horen bij de meest weggegooide producten. Voor een huishouden loopt dat snel op tot honderden euro's per jaar.
Hoe houd ik bij hoeveel ik weggooi?
Begin simpel: noteer een paar weken lang wat je weggooit en waarom — verlopen, te veel gekookt, vergeten. Een app maakt dit makkelijker doordat je producten markeert als opgegeten of weggegooid, waarna je vanzelf een overzicht krijgt van wat het vaakst misgaat.
Waarom is bijhouden de moeite waard?
Omdat je niet kunt verbeteren wat je niet meet. Zodra je ziet welke producten je steeds weggooit — vaak dezelfde paar — kun je gericht anders kopen of plannen. Het besef alleen al verandert vaak gedrag, omdat verspilling zichtbaar wordt in plaats van te verdwijnen in de prullenbak.
Wat doe ik met de cijfers?
Zoek patronen. Gooi je elke week brood weg, koop dan kleiner of vries de helft in. Bederft groente steeds, plan dan eerder een maaltijd eromheen. De cijfers wijzen je naar een paar concrete aanpassingen die het grootste verschil maken.
Hoe lang moet ik bijhouden voordat het iets zegt?
Twee tot drie weken is genoeg voor een eerste beeld, omdat je in die periode een paar volledige boodschappenrondes meeneemt. Eén week is te kort: dan bepaalt toeval nog te veel. Wil je weten of een aanpassing werkt, meet dan later nog eens drie weken en vergelijk de twee periodes met elkaar in plaats van met een landelijk gemiddelde.
Moet ik het gewicht wegen of is tellen genoeg?
Tellen is genoeg. Het doel is niet een exact kilogramgetal, maar zien wélke producten en welke redenen terugkomen. Een weegschaal maakt het meten omslachtiger, waardoor je er eerder mee stopt — en een meting die je niet volhoudt, levert niets op. Wie het toch precies wil weten, weegt één week als steekproef en telt de rest gewoon.
Deelt Fango de cijfers met de rest van het huishouden?
Ja. Je kunt de koelkast en de boodschappenlijst delen met maximaal vier personen via een code van acht tekens, zonder account. Wat de een markeert als opgegeten of weggegooid, staat binnen seconden ook bij de ander in beeld. Dat is juist bij verspilling nuttig, omdat een product zelden door één persoon wordt vergeten.
